[0:51]Precies dit was de reden voor de Beatles om in 1965 te stoppen met live optreden. In vijf jaar tijd was de popgroep uit Liverpool uitgegroeid tot absolute wereldsterren en de vijf jaar na 1965 zouden ze revolutionaire muziek maken die inderdaad meer geschikt was om thuis te beluisteren dan in een stadion. De Beatles hebben bestaan van 1960 tot 1970. hebben dan ook precies het decennium van de jaren 60 beheerst. Maar hoe kon het dat ze zo populair werden?
[1:43]Door de opkomst van de televisie en de groei van de filmindustrie in Hollywood in de jaren 50 was cultuur voor steeds meer mensen toegankelijk geworden. Met name de jonge generatie kreeg idolen zoals de acteurs James Dean en Marlon Brando, maar ook popartiesten als Buddy Holly en Elvis Presley kregen een enorme groep fans. De Amerikaanse rockzanger Elvis stond symbool voor het idee dat ze in de VS from Paper Boy to President noemen. Iedereen kon door hard te werken succesvol zijn. Elvis was ooit als vrachtwagenchauffeur begonnen en stond nu voor volle zalen met zijn heupen te schudden. Daar was overigens niet iedereen even blij mee, de wat meer conservatieve ouderen in Amerika vonden de dansbewegingen van Elvis de Pelvis aanstootgevend en de bijbehorende rock en roll dans zou alleen maar leiden tot onzedelijk gedrag bij de jeugd.
[4:00]Dankzij de uitvinding van de televisie kon de jeugd in Europa ook kennismaken met Amerikaanse artiesten zoals Elvis en Buddy Holly. De jonge John Lennon kocht zelfs dezelfde bril als Buddy Holly en spaarde zelf een elektrische gitaar bij elkaar. De historische stad Liverpool, waar hij opgroeide, was zwaar getroffen door tientallen bombardementen in de Tweede Wereldoorlog en werd, net als bijvoorbeeld Rotterdam, weer opgebouwd met voornamelijk moderne architectuur. De moderne bouwstijl was ooit na de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld voor hetzelfde doel, maar kwam in de jaren 50 en 60 natuurlijk weer goed van pas. The Beatles zijn uitgegroeid tot misschien wel het grootste icoon van de stad Liverpool. Veel bandjes in die tijd coverde liedjes van andere Britse bandjes of van Amerikaanse artiesten, maar John Lennon en zijn vriend Paul McCartney schreven hun eigen muziek. Eén van de eerste singles die in Engeland werden uitgebracht was She Loves You en kenmerkend voor dit lied en veel van de andere vroege nummers van de groep was de bekende couplet-refrein-structuur.
[5:27]Door een lied in die vorm te gieten, was het voor veel mensen eenvoudiger om te onthouden en dus ook om mee te zingen. Maar ook in de inhoud deden de Beatles iets wat ze kenmerkend maakt, namelijk ze spreken heel erg, tenminste in hun jongere in hun vroege werk spreken ze heel erg ook de jonge generatie aan en in She Loves You zijn dat specifiek de wat meer onzekere mannelijke leeftijdsgenoten. Ze zingen She said she loves you and you know you should be glad, hè, dus het meisje heeft aan de Beatles verteld dat ze verliefd is op die jonge en zij vertelt dat dan aan hem. She loves you.
[6:17]Net als in de muziek van die tijd veranderde ook de smaak in de film als gevolg van de opkomst van een zogenaamde jongeren cultuur. Veel filmstudio's in Amerika gingen zich richten op het maken van Youth Picks, hè, films speciaal gericht op jongeren en films die niet op televisie te zien waren. Het prototype van dit genre was Easy Rider uit 1969, een verhaal over twee drugsdealers die op hun motorfiets door Amerika rijden.
[7:48]Dit is een collage uit 1956 met de titel Just what is it that makes today's homes so different, so appealing? van de Britse kunstenaar Richard Hamilton. En hij toont daarin allerlei elementen uit de Amerikaanse populaire cultuur van de jaren 50 en 60. Een bodybuilder, een pin-up-girl, een televisietoestel en een bandrecorder, het Lauro van de Ford-auto, ingeblikte ham, een stofzuiger en een bioscoop. Het werk hing op een tentoonstelling met de naam This is Tomorrow en werd één van de eerste voorbeelden van een stroming die we Pop Art noemen. Hamilton laat niet alleen een fascinatie zien voor de Amerikaanse jongerencultuur, maar ook voor de collagetechniek van de Dadaïsten, zoals Kurt Schwitters. De popartkunstenaars wilden, net als de Dadaïsten in de jaren 20, het alledaagse tot kunst verheffen om zo van het elitaire karakter, wat beeldende kunst had, af te komen. Ze hoopten dat er een toegankelijke kunst zou ontstaan die je ook zonder opvoeding of opleiding, moet ik zeggen, zou kunnen begrijpen. Opvoeding heb je altijd nodig, maar zonder opleiding natuurlijk. De Britse popartkunstenaars hadden een grote bewondering voor de Amerikaanse levensstijl met de belofte van een koelkast en een zwembad voor elke burger. Dat werd wel eens gezegd. En dat zie je goed in het werk van David Hockney, dat is ook een Brit, waarin hij in een eenvoudige stijl het geïdealiseerde leven in Amerika laat zien. Hij zei: "Toen we over Los Angeles vlogen, keek ik naar beneden en zag ik overal blauwe zwembaden en ik realiseerde me dat een zwembad in Engeland een luxe was, terwijl ze in LA normaal waren vanwege het klimaat." Het klinkt een beetje oppervlakkig, maar toch zit er meer inhoud in het werk van Hockney dan op het eerste gezicht lijkt. Die schilderijen met die zwembadscènes die gaan heel erg over ja, iets waarmee Hockney in die tijd worstelde, namelijk zijn homosexualiteit. En in die schilderijen kon hij een wereld laten zien waarin homosexualiteit niet meer iets geheimzinnigs hoefde te zijn. Overigens is er in 2018 nog een schilderij uit die zwembadserie geveild voor ongeveer 90 miljoen dollar. En is daarmee op dit moment nog het duurst geveilde werk van een nog levende kunstenaar, want Hockney leeft nog.
[11:28]Nu naar een man die ik in de vorige les ook al heb genoemd, Robert Rauschenberg, één van de docenten aan het Black Mountain College in North Carolina, die is één van de oprichters van de Pop Art in Amerika. Zijn werk zou je kunnen zien als de meer intellectuele variant van de popart, omdat hij veel verwijzingen maakt naar de kunstgeschiedenis. Dat noemen we ook wel citeren. Dat zie je bijvoorbeeld in dit werk, Odalisk, dat verwijst naar het werk van de 19e eeuwse schilder Ingres. En Rauschenbergs werk bestaat uit een kussen waarop een pilaar staat met daarop een beschilderde kist met reproducties van naakten uit de kunstgeschiedenis. En bovenop de kist staat een opgezette haan als symbool van overheersende mannelijkheid. Veel mensen denken dat popart inhoudsloos is en een beetje oppervlakkig, maar in dit werk zie je echt wel inhoud en diepgang. Later zijn Rauschenberg steeds meer gaan verwijzen naar de eigentijdse Amerikaanse cultuur en dan gaat hij bijvoorbeeld colaflesjes of bierblikjes tentoonstellen. Ook andere Amerikaanse Pop Art kunstenaars vonden veel inspiratie in die opkomende consumptiemaatschappij in de jaren 60. Aan de ene kant was het iets wat getoond moest worden, maar aan de andere kant verdiende het ook kritiek. De Pop Art kunstenaar, iets minder bekende, Tom Wesselmann die benadrukt in zijn werk bijvoorbeeld het stereotype beeld van de vrouw als lustobject, dat alleen maar gebruikt wordt om de verkoop van producten te stimuleren, of het nu gaat om sigaretten of om een hele badkamer. En juist doordat er van de kunstenaar geen expressiviteit wordt verwacht, in de pop-art, is het een hele onpersoonlijke stijl waar iedereen zich mee kan identificeren. Hè, het is niet iets specifiek van de kunstenaar. En de man die het onpersoonlijke tot het extreme doorvoerden is ook meteen de bekendste popart kunstenaar in de geschiedenis, deze man Andy Warhol. En Warhol heeft veel bekend werk gemaakt, waaronder deze. Hij stapelde een boel zeepdozen van het merk Brillo op elkaar zonder iets aan die dozen te veranderen. Het enige persoonlijke aan dit werk is de manier waarop ze op elkaar zijn gezet met de grootste doos bovenop. Maar Warhol doet hier in feite niet veel meer dan een interieurontwerper of een reclamemaker doet. Hij voegt niet zoals Rauschenberg nog iets toe aan de producten. Nee, voor Warhol bleef een Brillo doos een Brillo doos. En daarmee wilde hij de effecten van massaproductie zichtbaar maken, hè, met andere woorden, alles kon mechanisch gereproduceerd worden en daarmee tot in het oneindige herhaald. En dat is ook meteen het werk waar Warhol bij de meeste mensen bekend van is geworden, namelijk zijn reproducties en bijna oneindig lijkende reproducties van grote sterren uit die tijd, idolen, zoals Elvis Presley en Marilyn Monroe. Maar hij heeft ook van veel meer beroemde mensen nog van dit soort werk gemaakt. En je kunt je daarbij afvragen, wilde Warhol echt niets wilde vertellen met zijn werk? Het lijkt wel alsof hij wilde uitzoeken hoeveel de elitaire kunstwereld van hem zou accepteren voordat die zou worden uitgekotst.
[16:04]Die Andy Warhol was een graag geziene gast op feestjes. Feestjes van de meer intellectuele en kunstzinnige elite in New York. En daar was bijvoorbeeld ook John Lennon van de Beatles aanwezig. Halverwege de jaren 60 waren de Beatles namelijk razend populair geworden in Amerika zonder dat ze dat zelf in eerste instantie door hadden. Toch vonden niet alle Amerikanen de brutale Britten leuk, want toen John Lennon in een interview een keer zei dat ze in Amerika inmiddels populairder waren geworden dan Jezus. Toen stopten verschillende radiostations met het draaien van hun muziek en moest hij publiekelijk excuses maken. Nou, waar staat deze anekdote nou bijvoorbeeld in beschreven? Ik vond hem in mijn kast. Deze biografie van John Lennon, deze man is maar 40 jaar oud geworden. Hij is vermoord in 1980 door een doorgedraaide fan, maar in die 40 jaar heeft hij toch zo veel beleefd en gedaan en muziek geschreven en mensen ontmoet, et cetera et cetera dat er zo veel over geschreven is. 40 jaar leven, zo'n dikke biografie. Dan ben je een hele grote speler. Mocht je hem een keer willen lenen voor je boekenlijst, je weet me te vinden. Moet je wel even wat tijd vrijmaken. Goed.
[17:45]Hij was dus met eh met de Beatles op tournee in de Verenigde Staten in 1964. En daar werden ze ook geconfronteerd met de rassenongelijkheid die er nog in sommige staten best wel was. En ze weigerden dan ook om op te treden in Florida, in het Zuiden, als niet alle mensen door elkaar mochten zitten bij hun concert. Verschillende Amerikaanse artiesten constateerden hetzelfde probleem al, zoals bijvoorbeeld ook deze Bob Dylan met wie de Beatles in 1964 ook in contact kwamen en Bob Dylan was één van de belangrijkste geëngageerde artiesten van Amerika. Hij had opgetreden tijdens de beroemde March on Washington in 1963, een groot protest tegen rassenongelijkheid, waar bijvoorbeeld ook de beroemde I Have a Dream speech werd gegeven door Martin Luther King.
[19:29]Bob Dylan werd in de jaren 60, net als veel andere kunstenaars, aangetrokken tot het werk en tot de theatrale stijl van Bertolt Brecht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een protestlied wat hij schreef in 1963, The Lonesome Death of Hattie Carroll. Dat gaat over de moord op een zwarte barvrouw door een dronken witte jongeman en het feit dat die dronken witte jongeman omdat hij wit was en ook nog een beetje bij de elite hoorde, maar een paar maanden de gevangenis in hoefde. Om zijn lied nou maximale zeggingskracht te geven, bestudeerde Bob Dylan het lied, dat wordt gezongen door Seerover Jenny in de driestuiversopera van Bertolt Brecht. Als het goed is hoor je wel wat overeenkomsten tussen de stijl van Brecht en de componist Kurt Weill van de driestuiversopera en het protestlied van Bob Dylan.
[22:01]Bertolt Brecht had niet alleen een invloed op protestzangers zoals Dylan in Amerika, maar ook een invloed op theatermakers. En een goed voorbeeld daarvan is wat er in Nederland gebeurde in de jaren 60. De theatertraditie daar was namelijk nog altijd best wel klassiek. Er werden voornamelijk oude stukken van Shakespeare opgevoerd en van Tsjechov, maar het ging maar zelden over de maatschappij van de jaren 60. Dus wat gebeurde er op een gegeven moment? In 1969 kwamen studenten van de toneelschool in opstand tijdens een actie die ze zelf hadden bedacht, actie tomaat.
[24:49]Toen bleek dat achter die tomaten een hele actie bestond en dat daar eh een hele filosofie aan vast hing en eh revolutionair elan. Hè, ook eh eh eh debat aan was. En toen ging het een eigen leven leiden. En toen ging erover gepraat worden als revolutionaire daad.
[25:16]Tot slot, terug naar Engeland. Inmiddels waren de Beatles gaan experimenteren, niet alleen met allerlei soorten drugs, maar ook met muziekstijlen. Rock and roll, jazz, blues, maar bijvoorbeeld ook Indiase muziek. En het feit dat ze alleen nog maar studiomuziek maakte, zorgde ervoor dat ze meer, ja, meer avant-garde konden zijn, hè, meer verschillende dingen proberen, eh verschillende stijlen door elkaar echt het experiment opzoeken. En meer dus dan dat ze konden doen in de eerste helft van de jaren 60, toen ze nog muziek moesten schrijven wat dansbaar was voor een eh voor een publiek. Op dit album Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band, uit 1968, met trouwens een unieke hoes, ontworpen door een Britse Pop Art kunstenaar Peter Blake. Daar kun je dat goed terughoren dat afvanguardistische van de Beatles vanaf 1965. En dit album wordt dan ook nog altijd beschouwd als één van de beste in de muziekgeschiedenis. En daarover heeft een biograaf wel eens het volgende geschreven en dat is wel heel erg kenmerkend.
[27:22]De Beatles zijn dus zowel het symbool van de opkomende jongerencultuur, begin van de jaren 60, als van de latere daaruit voortkomende hippigeneratie met hun geëngageerde en experimentele levenshouding. En die generatie zou weer een enorme invloed hebben op de kunst en cultuur van de jaren 70, maar dat is natuurlijk voor een volgende keer. Ook groetjes van John.



