[0:01]Licht en kleur. Het spectrum, dat wit licht bestaat uit alle kleuren van de regenboog. Samen is dat dus wit. En als je het woord rogbiv onthoudt, van zie woord, kun je de kleuren in volgorde onthouden: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet. Indigo hoef je niet per se te onthouden. Nou, als er zonlicht op een regendruppel valt, wordt het eigenlijk een beetje uit elkaar gerafeld in rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. En dan krijg je een regenboog te zien. Rood wordt het minst gebroken en violet het meeste. Als je een prisma pakt, dat is een glazen driehoek zeg maar, of van plastic zijn, maar glazen werken hier het beste, dan zie je ook dat rood het minst wordt afgebogen en violet het meest. Die kleuren samen zijn dus spectraalkleuren. Dat is het spectrum van het witte licht. Dus de zon naar onder gaat, dan zie je dat de hemel rood kleurt. En het komt omdat rood het minst wordt afgebogen. Kijk je door een zak spectroscoop, is een buisje met een prisma erin en dan kijk je naar zonlicht, dan zie je het spectrum van het zonlicht. Ze zijn nou donker en kijken naar die lamp. Dat is een natriumlamp. Dan zie je alleen geel, dus een natriumlamp bestaat uit zuiver geel licht.
[1:27]Ook een beetje oranje. Ja, oranje. Nou, als er een auto daaronder rijdt, verandert de kleur, zullen we dadelijk zien, meestal is die dan donker. En dat kan gevaarlijk zijn eigenlijk. Er zijn natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen. Natuurlijke lichtbronnen zijn in de natuur. Eh, kunstmatige die zijn door de mens gemaakt, dus natuurlijke lichtbronnen zoals sterren en de zon en een gloeiworm die hebben de mens niet gemaakt. Nou, hier staan de antwoorden. Neem ze even door.
[2:00]Waarom zie je nou bijvoorbeeld groen gras groen? Als er wit licht opvalt van de zon bestaat er uit alle kleuren van de regenboog, het groene deel gaat naar je oog toe en de rest wordt geabsorbeerd door het gras, daarom zie je gras groen. Alleen het groene deel komt bij je oog.
[2:18]Nou, hoe zit het nou met de verschillende lampen? Is best lastig. Er zijn een paar regeltjes. Wit kaatst alle kleuren terug. Het krijgt de kleur van de lamp. Zwart absorbeert alle kleuren. Het blijft altijd zwart, dus die zwarte letter zal altijd zwart blijven. Het witte shirt krijgt altijd de kleur van de lamp. Heb je een rood voorwerp, kaatst het alleen rood terug. Maar het wordt lastiger als je bijvoorbeeld groen licht op een rood voorwerp hebt, dan gaat het niet mengen, zoals bij verf. Maar wat er dan gebeurt is, rood kaatst alleen rood terug, maar dat is er niet en dan zal die donker worden omdat hij niks terugkaatst. Maar we gaan nou eens dit shirt bekijken, een rode lamp op hetzelfde shirt. Wit, we gaan eens kijken wat er gebeurt. Wordt rood, want die kaatst alle kleuren terug. Zwart blijft zwart. Rood kaatst rood terug, dus je ziet nog rood. Maar bij deze twee gebeurt iets bijzonders, het gaat dus niet mengen. Groen kaatst alleen groen terug, maar dat is er niet, dus kaatst hij niks terug. En blauw kaatst alleen blauw terug, dat is er ook niks, dus kaatst hij ook niks terug, hij absorbeert alleen maar dat licht en dan zie je zwart. Nou, lichtbronnen geven dus zelf licht en het licht gaat in rechte lijnen.
[3:39]De maan is geen lichtbron, want die weerkaatst het zonlicht. Lichtbundels kun je niet zien. Je kunt hem wel zien als je er recht in kijkt, of als het stoffig is of er zit veel waterdamp in de lucht, dan kun je het zien.
[4:02]Of van mist of onderdruppeltjes. Een laserstraal ook. Gewoon de laserstraal zie je op zich niet, tenzij je erin kijkt, of als die gereflecteerd wordt bijvoorbeeld op de hand, of zoals hier als er wat rook wordt geschoten.



