[0:10]Thomas Rau, nummer 3 in de duurzaamheid top 100 van het dagblad Trouw, is behalve bouwmeester van energieproducerende gebouwen, ontwerper van een nieuw economisch systeem. Een systeem waarbij de consument niet langer bezitter, maar gebruiker wordt. Dus koopt hij geen koelkast, maar huurt koeling. Geen lamp, maar licht. Als de gebruiker betaalt voor licht, zal de producent om zoveel mogelijk te verdienen, zorgen voor een lamp die zo lang mogelijk meegaat en zo min mogelijk energie gebruikt. Een revolutionaire omkering, waarin Philips, Bosch, Schiphol en BMW de eerste stappen zetten. Dit is tegenlicht. Welkom bij de grote omkering.
[1:05]Thomas Rau is architect, maar hier in het tegenlicht lab zit hij als ontwerper van een revolutionair nieuw economisch systeem. Van wegwerp naar super duurzaam. Van energie verslindend naar superzuinig. En dit is niet op de milieubewuste consument, maar de fabrikant. Waarom? Omdat hij op die manier het meest verdient. Het zou wel eens de omkering van alle economische waarde kunnen zijn. En zijn verhaal begint met de verjaardag van een gloeilamp.
[1:48]Mijn naam is Len Owens en ik ben de voorzitter van de Light Bulb commissie.
[3:11]Maar wat is er interessant aan dit filmpje? Kijk mijn Edison die heeft waarschijnlijk de gloeilamp uitgevonden. Nou, dat zijn andere discussies over, maar in ieder geval, hij heeft een oplossing gevonden. Kijk, tot dan hadden die mensen alleen maar kersen, eh kersenlicht en en olielampen. En hij heeft de gloeilamp uitgevonden en vroeger waren producten eigenlijk bedoeld om de mensen een oplossing te bieden, het leven makkelijker te maken, eenvoudiger te maken. Dat heeft hij gewoon bereikt met deze met deze gloeilamp, dus in die tijd was een product altijd bedoeld als een als een oplossing. Nou, we kennen al die producten nog. Ik heb bijvoorbeeld nog allerlei tuingereedschappen van mijn van mijn grootouders. Nou, die heb ik nog steeds. Die kan ik nog prima gebruiken. Die zijn nog eh die zijn nog steeds in orde. Dus ik koop ook geen nieuwe. En daar ligt nou het probleem. Het probleem is voor een producent als hij fantastische producten maakt, dat straks die verzadig die markt verzadigd is met fantastische producten. En wat gaat hij dan doen? Gaat hij dan niet meer produceren? Dus laten we naar het volgende filmpje kijken wat nou de producenten bedacht hebben om een verdienmodel met toekomst te realiseren. Oké.
[4:30]Dat is hem, hè? Dat is hem.
[5:01]Heel interessant wat hij zegt, hè. We beperken de levensduur van de lamp.
[5:38]Vroeger hebben we techniek ingezet om oplossingen te creëren. Nu gaan we in techniek inzetten om een probleem te creëren. Namelijk het probleem, het georganiseerde probleem dat de lamp met een ongelimiteerde levensduur stuk moet gaan. Als een lamp stuk is, dan gaat de klant naar de winkel en gaat een nieuwe kopen. Dat is het verdienmodel. Nieuw betekent nog net niet stuk. Dat is het verdienmodel. Ik sprak laatst een vriend en die had een eh nou ja, een fantastische BMW en met een turbo. Nou, en die knalde bij 220.000 km knalde die turbo. Gaat hij naar die garage. En zegt die garage: Ja, meneer, ja, u heeft er wel lang over gedaan. Normaal moet hij eigenlijk bij 160.000 km gaan ontploffen. Dus ieder product is in principe een soort georganiseerd probleem, door de door de tijd heen. Dat spiegelt ook de garantietijd. Is eigenlijk die tijd waardoor de waar de producent precies wat je in die periode heb ik nog geen probleem gecreëerd, dus hij hij zal het dus wel doen. En wat is nou het verdienmodel van de probleem? Nou, laten we even naar eh naar twee dingen eventjes kijken. En laten we zeggen dit is eh dit is gewoon dit is gewoon de tijd. Hebben we twee assen, dus de tijd. Nou, en wij hebben dan zeg maar, we maken een product en de product heeft een bepaalde levenscyclus. In een bepaald moment is het gewoon is het gewoon over. Dat is de levenscyclus van de product. Maar tegenwoordig is niemand geïnteresseerd in de levenscyclus om wij zijn in principe alleen maar geïnteresseerd in de performancecyclus van de product. Namelijk hoe lang ik iets leuk vind. Kijk naar je smartphone. Kijk, niemand koopt een iPhone 6 omdat die 5 stuk is. Ze hebben gehoord: Ja, je kunt meer appjes erop kwijt, betere oplossing, die hoeken zijn wat ronder, naar allemaal van die van die smoesverhalen. Die ons verleiden om niet naar de levenscyclus te kijken, maar de performancecyclus. Dat betekent: we gaan steeds meer afval produceren. Dat is de consequentie. Maar we hebben ook precies de omgekeerde producten. En die zijn precies omgekeerd. Kijk, daar is de levenscyclus bewust heel kort gehouden. Omdat de producent weet, de lamp, ja, dat is die lamp, omdat de producent weet: ja, eigenlijk wil de consument daar veel langer van genieten. Nou, dat zijn die producten die dus veel sneller kapot gaan. Kijk, bijvoorbeeld een printer. Je hebt net een printer gekocht. Je gaat naar de winkel. En die zegt: Ja, meneer Rau, ja, u heeft een jaar geleden die printer gekocht. Ja, ja, ja. Nou weet u, ja, repareren lijkt me niet zo'n goed idee. Beter koopt u, u koopt een nieuwe. Dus hier creëren we weer afval, omdat eigenlijk we graag willen dat producten langer meegaan, als ze dat daadwerkelijk meegaan. De grote vraag is: Wat moeten we nou doen om hiervan af te komen? De weg eruit is om van product als probleem, een product als service te maken. We kennen natuurlijk allemaal de servicegedachte. Kijk, wie koopt dan een vliegtuig als hij naar New York wil vliegen? Dan komt niemand op het idee om een A320. Daar gaan niemand op het idee om een A320 te kopen. Zeg: Nou, weet je wat? Vind ik veel te ingewikkeld. We gaan naar cheap tickets.nl. Geef me maar een ticketje. Nou, en dit in de overdrachtelijke zin kunnen we natuurlijk met producten ook doen. En op een bepaalde dag heb ik Philips uitgenodigd. Ik zeg tegen Philips: Kijk, ik wil helemaal geen lampje hebben. Ik wil licht hebben. Dus ik heb gezegd: Nou, kom even binnen. Kopje koffie. Ga even zitten. Zal laat die doosjes maar even buiten staan. Zal: Kijk, ik wil van jou licht hebben. Ik wil 300 Lux, 1260 uur per jaar. En die man ehm nou, hij was niet op zijn gemak. En eh hij was niet. Want in wezen zeg je dan: Ik wil geen lampen. Nee, ja, kijk, als Philips denkt een lamp nodig te hebben om mij licht te leveren. Nou, prima, maar dat is hun probleem. Bij mij betreft kunnen ze aardappelzakken ophangen. Dat is niet mijn ding. Dus de servicegedachte betekent in ieder geval dat de keuze aan de producent is en niet meer aan de consument. Nou, en die man van van eh van eh van Philips, die ehm nou, die die ging in zijn auto zitten. Hij zei: Ik ga daar even over nadenken. Nou, hij ging echt met natte vlekken richting richting Eindhoven. Maar toen belde hij uit de auto. Hij zei: Thomas, ik heb er goed over nagedacht. Hij zegt eh: Weet je wat? We gaan dit doen, maar ik ga het niet aan mijn baas vertellen. Nou, dan komen ze terug en dan zeggen ze: Ja, hij zegt: We hebben er nog even goed gekeken. Nou ja, we zijn van mening: we hebben we hebben nou met die lampen zou het ook kunnen. En in 15 jaar tijd kunnen we een elk materiaal terugwinnen. Niemand weet of we dan nog een stroomnetwerk nodig hebben. Zei: Ja, hij zegt: We hebben we hebben die lampen die hebben we nodig om jullie voldoende licht te leveren. Ik zei: Dat is prima. Dank daarvoor, maar ik zei: Kijk, de volgende stap is dat de energierekening is voor jullie. Ik heb toch geen stroom nodig. Jullie hebben er stroom nodig, hoorde ik in ieder geval. Als je lampen hebt die op witte wijn of rode wijn loopt, ik vind het ook prima, maar ik wil geen energierekening hebben. Oh, hij zegt: Ja, hij zegt: Ik ga nog even even terug naar de naar de ontwerpafdeling. Hij komt terug en zei: We hebben nog eens goed gekeken. En we denken dat het met deze lampen ook wel lukt. Dus je ziet dat nu de gevolgen van het handelen voor de producent zijn. Dus hij zal gaan kijken naar het aantal lampen, omdat hij de stroomrekening betaalt. De verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het handelen die in het oude systeem bij de consument lag, ligt nu bij de leverancier.
[11:24]We hebben dit model samen met Thomas Rau ontwikkeld. op basis van zijn ideeën en zijn behoeften. Als je het over Pay per Lux hebt, dan heb je het over kantoorverlichting in het algemeen. En gemiddeld kunnen we in Nederland eh voor kantoorverlichting nog een 30 40% besparen. Maar er zijn ook kantoren waar je zelfs nog 70% energie kan besparen. Voor een kantoor van 100 mensen betekent dat een besparing van eh 12.000 Euro per jaar.
[11:57]Ik heb tegen Philips gezegd dat de elektriciteitsrekening voor hen een probleem was. Maar ik wil de grondstoffen in de lampen ook niet betalen.
[12:06]Als je grondstoffen nodig hebt om een lamp te maken, dan is dat ook jouw probleem. En toen zagen ze plots het licht. Dan moeten we ons hele idee over hoe een product is opgebouwd veranderen. Dan verandert alles, omdat we de regels hebben veranderd. En hebben ze dat gedaan? Ze hebben het gedaan. We zijn net begonnen met een project op Schiphol, wat een vrij grote klant is. En hier kun je zien hoe eenvoudig dergelijke dingen eigenlijk zijn. Laten we zeggen dat dit een normale LED-lamp is. LED-lampen hebben een driver, die normaal aan de achterkant zit.
[12:47]Als er iets mis is met de driver, moet je de hele lamp afschrijven. Dat is het idee: Is het kapot? Schrijf het af en koop een nieuwe. Ze hebben een heel eenvoudige oplossing gevonden op Schiphol. Dus we monteren de driver aan de zijkant van de lamp, dus als er ooit een probleem is, kunnen we de driver aan de voorkant eruit halen, een nieuwe erin zetten en de lamp werkt. Want Philips verdient geld aan de huur die Schiphol betaalt voor de verlichting. Schiphol betaalt 15 jaar lang voor hun verlichting. Exclusief de grondstoffen. Na 15 jaar gaan de lampen terug naar Philips en dan is het de verantwoordelijkheid van Philips wat ze met de lampen doen. Gaan we ze aan een nieuwe klant geven, omdat ze een langere levensduur hebben, of is het interessant genoeg om alles eruit te halen? Maar om dat te doen, moet je de lamp zo construeren dat je weet hoe je de grondstoffen eruit haalt. We noemen dat een hermontabel product. Dus als je iets wilt hermonteren, moet je eerst nadenken over hoe je het monteert.
[14:08]En dan krijg je dat mooie moment: een product dat een dienst wordt, wordt van nature een depot voor grondstoffen. Geldt dat ook voor andere producten? Ja. De woningbouwvereniging Eigen Haard kwam met een vraag naar ons toe. Ze worden geconfronteerd met een toenemend aantal mensen in sociale huurwoningen, die het al moeilijk hebben en steeds meer moeite hebben om de huur te betalen. Waarom is dat? Blijkbaar omdat hun elektriciteitsrekening torenhoog is. En waarom is dat? Als je beperkte financiële middelen hebt, ga je naar een winkel die relatief goedkope apparaten verkoopt.
[14:54]Een goedkoop apparaat is nog net niet kapot, wat erg genoeg is, maar het gebruikt ook veel energie. Dus deze mensen kopen een goedkoop apparaat om de initiële kosten laag te houden, met als gevolg dat ze een enorme energierekening hebben. Ik heb gevallen gezien waar de energierekening drie keer hoger was dan de huur. Ze krijgen twee rekeningen. Als ik de huur niet betaal, word ik over een jaar eruit gezet, maar als ik de energierekening niet betaal, word ik over een maand afgesloten. Ik betaal deze wel.
[15:31]Eigen Haard kwam naar ons toe en zei: Kunnen jullie ons helpen? Ze hadden gehoord over het service-idee, waarbij je niet koopt, maar betaalt voor gebruik.
[15:43]Dus samen met Bosch zijn we in Amsterdam een koelkastproject gestart. We vertelden mensen die huurden van Eigen Haard dat ze koeling als een dienst konden afnemen.
[15:59]Meneer Cadat is een erg interessante man. Ik start het fragment ondertussen.
[16:05]Kijk, dit is de buurt.
[16:13]Ik vond het een prachtig idee. Waarom zou ik een koelkast van 1000 euro kopen als ik de beste koelkast voor 10 euro per maand kan huren? Ik was verkocht en ik heb me onmiddellijk, dit was zo'n twee jaar geleden nu, aangemeld voor het project.
[16:36]Dit project stelt mensen die de financiële middelen niet hebben in staat om alles te kopen, om toch de voordelen te hebben van de beste apparatuur, of het nu een auto is, een koelkast of een bank. Over zeven jaar wordt deze koelkast gedemonteerd en de materialen en metalen waaruit deze koelkast is gemaakt, gaan terug naar de aarde.
[17:10]Terug naar de fabrikant, Bosch, die een nieuwe koelkast zal maken met deze materialen. Dat betekent dat de materialen waaruit deze koelkast is gemaakt volledig worden hergebruikt om een nieuwe koelkast te maken. Hij legt het op een prachtige manier uit.
[17:34]Hij is erg blij en hij zegt ook dat hij veel goedkoper uit is vanwege zijn lagere rekeningen. Is dat waar? De koelkast was gelabeld met drie sterren. Dat zijn de meest energiezuinige apparaten, die deze mensen normaal nooit zouden kunnen betalen. En nu kunnen ze ze gebruiken. We deden hetzelfde met wasmachines. Het bedrijf was erg enthousiast. De marketeers zijn erg blij. We plaatsen het op onze website. Maar toen zei hij: Wat gebeurt er als de machine kapot gaat?
[18:11]Ik zei: Nou, je levert deze mensen een dienst. Dus als je die dienst niet kunt leveren, moet je het apparaat repareren.
[18:24]Oh, zegt hij, dan heb ik een probleem. En hier is de clou. Over 3 jaar is de waterpomp kapot en over 5 jaar valt de deur eraf. En over 6 jaar smelt de printplaat. Hij weet dat hij een probleem heeft gecreëerd. Hij zei: We hebben een wasmachine die 15 jaar meegaat. Maar in de oude economie hebben we er geen verdienmodel voor. Hij zei: Dit is het verdienmodel om weer goede producten te maken. Meneer Cadat zei nog iets interessants. Hij zei: Ja, kijk, die materialen gaan terug naar de aarde, of naar Bosch, de fabrikant. Dit geeft aan dat we intuïtief voelen dat we alles verkeerd organiseren. En dat dingen fundamenteel anders zullen zijn. En ik denk dat het volgende fragment duidelijk laat zien welke houding nodig is om het anders te kunnen organiseren.
[19:30]Hij heeft in deze zelfde studio gezeten, zie ik.
[21:11]Hij zegt een paar heel interessante dingen over die eiken balken. Wat zou het betekenen als we deze gedachtegang naar producten zouden transponeren? Ik zei net dat elk product een depot van materialen wordt. Het product gaat als een dienst naar de klant, zolang hij er behoefte aan heeft. Op een gegeven moment stuurt hij het product of de dienst terug naar de fabrikant. De maker heeft het zo ontworpen dat hij het uit elkaar kan halen. Dus de materialen komen weer beschikbaar.
[21:53]Maar waarom is dat zo belangrijk? Wat gebeurt er normaal? Het product wordt niet meer gebruikt. We gooien het weg en creëren afval. Daar komen de recyclingbedrijven in beeld. Afval bestaat niet. Afval is voedsel. Geef het aan mij. Ik kapitaliseer op waar jij voor betaald hebt. Het recyclingbedrijf zegt: Dit is koper. Dit is glas en dit is lithium.
[22:26]Dat is te duur om eruit te halen. En zo gaat dat door.
[22:32]We gooien dit alles gewoon in de afvalverbranding.
[22:37]De Nederlandse overheid zegt: Afvalverbranding is thermische recycling. En thermische recycling valt in de categorie 'groene stroom'. Dus als we groene elektriciteit gebruiken, verliezen we permanent materialen die nooit meer terugkomen. Ik zou een afvalverbrandingsoven een crematorium voor materialen noemen. Het is voorbij en klaar. Dus dit is ons idee om dit te voorkomen. In de nieuwe economie moeten we geen afval meer hebben. We kunnen afval elimineren door elk materiaal een identiteit te geven. En je documenteert deze identiteit in een zogenaamd materialenpaspoort. Dus als we een gebouw creëren, maken we ook een materialenpaspoort, dat precies documenteert hoeveel materialen in welke elementen van het gebouw zijn gebruikt.
[23:37]Want als alles een identiteit heeft, kan het nooit verloren gaan. Dus een gebouw is een depot van materialen? Elk product is het. Alles. Neem deze laptop. Deze laptop is een georganiseerd conglomeraat van materialen. Maar het heeft geen paspoort. Als ik precies wist wat erin zat, en het was zo gemaakt dat het opnieuw in elkaar gezet kon worden, zou ik elk materiaal eruit kunnen halen, zonder afval te creëren, dus ik heb geen recyclingbedrijf nodig. Dat is een nieuw verdienmodel. Maar dat heeft ook gevolgen voor de manier waarop je een gebouw ontwerpt. Voor het stadhuis in Brummen hebben we een houten frame ontworpen. Dus met houten balken. Alles was getekend en afgewerkt.
[24:25]Plotseling belde de houthandelaar.
[24:30]Hij zei: Meneer Rau, ik weet dat u het niet nodig heeft en u hoeft er niet voor te betalen, maar als u me toestaat om die balken 3 centimeter hoger te maken,
[24:44]weet ik dat deze balken over 20 jaar een hogere restwaarde zullen hebben. Als we dit doen, weet ik nu al wat ik over 20 jaar met die balken kan doen. Ik zei tegen hem: U heeft mijn zegen. Laten we alle balken overdimensioneren.
[25:03]Want dan is meer minder. Dus je moest je blauwdrukken aanpassen? Nee, we hebben gewoon alle balken overgedimensioneerd. We hebben er niet voor betaald, maar de restwaarde was 20% hoger. Dus we moesten vooruit denken. Hoe zal de waarde zich in de toekomst ontwikkelen? Welke materialen moeten we kiezen om de maximale waarde te garanderen? Dan kiezen we voor de materialen in een voorwaartse richting. Nu inventariseren we alles, maar dan controleren we met behulp van het materialenpaspoort.
[26:15]Waarom de ruimtestation? Stel je eens voor. De mensen in het ruimtestation krijgen een idee. Vanavond is er een Champions League wedstrijd. Laten we gaan barbecueën. Nou, dat is een nee, nee, want we zijn vergeten een barbecue mee te nemen. Met andere woorden, wat ze niet hebben meegenomen, hebben ze niet. En dat betekent dat een ruimtestation een gesloten systeem is. Wat je niet hebt, heb je niet. En je moet ervoor zorgen dat wat je wel hebt niet verloren gaat. Dat is het principe van een ruimtestation.
[27:10]Dit was het beginpunt van allerlei milieubewegingen.
[27:17]Dit was 24 december 1968, 17:32 uur. William Anders kijkt uit het raam van zijn capsule en ziet dit. Hij pakt zijn camera en maakt deze foto. Ineens wordt de mensheid zich bewust. Wacht eens even...
[27:37]De aarde is een ruimteschip. Net als het ruimtestation. En wat we niet hebben, hebben we niet. En we moeten ervoor zorgen dat wat we wel hebben niet verloren gaat.
[27:51]Ik geloof dat niemand de toekomst kent.
[27:56]En als je de toekomst niet kent, kun je echt geen beslissingen nemen.
[28:02]De enige manier is om een optie op de toekomst te nemen. Zo'n optie wordt voor een bepaalde periode genomen. En een optie in een gesloten systeem, moet naar mijn mening, op een bepaalde manier georganiseerd zijn, zodat als ik klaar ben met een optie, ik nog steeds hetzelfde heb als voordat ik de optie inging. Want als ik dit niet organiseer, sta ik een mogelijke toekomst in de weg, waar niemand kennis van heeft.
[28:38]En nu heb ik een eenvoudig voorbeeld van hoe we dit zouden kunnen doen. Laten we eens kijken.



